Paardenvoeding in Vlaanderen: wat de Codex vraagt, en waarom de Waalse cijfers hier niet gelden
Laatst gecontroleerd op 20 september 2026
Als u in Vlaanderen ergens «zestien uur ruwvoer» hebt horen vallen: dat cijfer bestaat, het is goed onderbouwd, en het is niet van hier. Het komt uit een Waals advies. Dierenwelzijn is in België gewestelijk, en wat in Vlaanderen bindt zegt over hoeveelheden helemaal niets. Deze pagina zet naast elkaar wat de Vlaamse Codex wél eist en wat de veterinaire consensusteksten aan harde cijfers leveren.
Dit vat gepubliceerde teksten en literatuur samen en vervangt het oordeel van een dierenarts niet. Het rantsoen van een paard hangt af van gewicht, werk, gebit, stofwisseling en het ruwvoer dat er ligt. Wat voor uw paard geldt, bepaalt een dierenarts of een gekwalificeerd voedingsdeskundige — zeker bij hoefbevangenheid, insulineontregeling, maagzweren of ondergewicht.
Let op het gewest. Anders dan bij vaccinatie bestaat er hier geen Belgische regel: deze pagina volgt de Vlaamse Codex Dierenwelzijn. Voor Wallonië en Brussel gelden andere teksten — de Franstalige versie behandelt de Waalse Code en het Waalse advies.
Wat de Vlaamse Codex vraagt — en wat hij openlaat
Sinds 1 januari 2025 geldt de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, die de bijna veertig jaar oude wet van 1986 vervangt. Over voeding staat er dit, in artikel 10 §1:
Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, neemt de nodige maatregelen om het dier te voorzien van aangepaste voeding, verzorging, huisvesting en beschutting.
Meer is het niet. Geen enkel cijfer: geen uren toegang tot ruwvoer, geen percentage van het lichaamsgewicht, geen aantal voederbeurten, geen maximale nuchtere periode.
Dat is geen slordigheid, en dat blijkt uit dezelfde bepaling. Een paar paragrafen verder wordt de Codex namelijk wél soortspecifiek, en dan noemt hij paarden bij naam:
Paardachtigen die buiten worden gehouden en die niet kunnen worden opgestald, beschikken over een natuurlijke beschutting of een schuilhok.Art. 10 §4
De wetgever kán dus concreet worden over paarden wanneer hij dat wil — voor beschutting is hij het. Voor voeding koos hij «aangepast». Let er trouwens op dat de huidige tekst van artikel 10 loopt tot en met 31 december 2028: er staat een nieuwe versie klaar vanaf 2029, dus wie op de letter bouwt, controleert die dan opnieuw.
De zestien uur is Waals, en ook daar geen wet
Dit is de verwarring die het vaakst opduikt in Belgische stallen, en ze is dubbel.
Ten eerste het gewest. Dierenwelzijn is sinds de zesde staatshervorming in 2014 een bevoegdheid van de gewesten. Er is dus geen Belgische voedingsregel: Vlaanderen heeft zijn Codex, Wallonië zijn Code wallon du Bien-être des animaux, Brussel zijn eigen tekst. Wat over de taalgrens geldt, geldt hier niet — ook al staat het in het Nederlands op een Belgisch forum.
Ten tweede het statuut van dat Waalse cijfer zelf. De zestien uur toegang, met niet meer dan vier uur aaneengesloten zonder voer, komt uit een advies van de Waalse Raad voor Dierenwelzijn van 9 september 2021. Dat advies zegt over zichzelf uitdrukkelijk dat bepaalde delen «als wetsvoorstellen te beschouwen» zijn — gewenst recht dus, geen geldend recht. Zelfs een Waalse paardenhouder wordt er niet op beboet.
Wat volgt daaruit voor u? Dat zestien uur een verstandig richtsnoer is uit een serieus stuk werk van een overheidsraad, en geen norm waaraan een Vlaamse inspecteur u toetst. Volg het gerust; noem het geen verplichting.
Wat Vlaanderen wél op papier zet
De cijfers die hier circuleren komen niet uit de Codex maar uit voorlichting, en dat is prima zolang u weet wat u leest:
- Opnamecapaciteit: 1,5 tot 2,5 kg droge stof per 100 kg lichaamsgewicht. Zo staat het in de technische brochure Voeding van paarden van de Vlaamse overheid. Voor een paard van 500 kg is dat ruwweg 7,5 tot 12,5 kg droge stof per dag — het plafond van wat er überhaupt in kan, niet een streefwaarde.
- Ruwvoer: minstens 1 % van het lichaamsgewicht aan droge stof. Zo formuleert Paardenpunt Vlaanderen de ondergrens. Voor 500 kg is dat 5 kg droge stof uit ruwvoer — en let op het verschil tussen droge stof en versgewicht: hooi zit rond 85 % droge stof, gras rond 15 %.
- Water: 4 à 5 liter per kilo opgenomen droge stof. Ook uit de brochure van de Vlaamse overheid. Het is de zelden genoemde helft van het rantsoen, en de eerste die misloopt bij vorst.
Geen van deze drie is een norm waarop gehandhaafd wordt. Alle drie zijn ze bruikbaar, en alle drie hebben ze hetzelfde nadeel als de rest van dit onderwerp: ze zijn per kilo lichaamsgewicht uitgedrukt, en dus onbruikbaar zolang u niet weegt.
Bijna elk gepubliceerd cijfer is per kilo lichaamsgewicht
Dat is de praktische reden om voer te wegen in plaats van scheppen te tellen. De aanbevelingen hieronder staan allemaal in grammen of percentages per kilo lichaamsgewicht van het paard, en geen ervan is toe te passen op «een halve schep» zonder twee dingen te weten: wat het paard weegt en wat er in de schep gaat.
Een schep is een volume, en voeders verschillen in dichtheid — dezelfde schep bevat van twee producten een merkbaar verschillend gewicht, en een bolle schep is geen afgestreken schep. Weeg de schep van elk voer één keer op een keukenweegschaal en schrijf het getal op de ton. Die ene meting maakt elke aanbeveling op deze pagina controleerbaar.
Zetmeel: de twee cijfers met onderbouwing
Waar de Codex zwijgt, is de ECEIM-consensustekst over maagzweren bij het volwassen paard ongewoon concreet:
Het rantsoen zou niet meer dan 2 g/kg lichaamsgewicht zetmeel per dag mogen bevatten, en niet meer dan 1 g/kg lichaamsgewicht per maaltijd.
Voor een paard van 500 kg is dat 1 kg zetmeel per dag en 500 g in één maaltijd. Dezelfde tekst meldt dat boven 2 g/kg per dag de kans op een squameuze maagaandoening van graad 2/5 of erger ongeveer verdubbelt.
Let op wát er begrensd wordt: zetmeel, niet voer. Een kilo mengvoer met 20 % zetmeel bevat 200 g zetmeel; een kilo graanrijke brok met 40 % het dubbele. Dat percentage staat op de zak of is op te vragen bij de fabrikant — zonder dat getal is de grens niet te berekenen, alleen te gokken. Daarom is dezelfde daghoeveelheid over meer beurten verdelen ook geen cosmetische ingreep: het cijfer per maaltijd is een aparte grens naast die per dag.
Waar het bewijs zwakker is dan het advies
«Geef meer ruwvoer, dan lossen die maagzweren zichzelf op» is de meest herhaalde bewering in dit onderwerp. De consensustekst steunt ze niet in die vorm. Hij noteert dat vrije toegang tot vezelrijk voer breed wordt verondersteld het risico op maagzweren te verlagen «hoewel sterk bewijs voor die overtuiging eveneens ontbreekt», en dat in een studie die een vezelrijk rantsoen vergeleek met een iso-energetisch vezelarm rantsoen zowel het aantal als de ernst van de squameuze letsels groter was in de vezelrijke groep. Over weidegang noemt hij het bewijs tegenstrijdig.
Niets daarvan maakt ruwvoer onbelangrijk — het blijft de basis van het rantsoen, en stro als enig ruwvoer hangt samen met meer squameuze aandoeningen. Het betekent iets smallers en bruikbaarders: ruwvoer alleen is geen behandeling, en een paard met verdenking op maagzweren heeft een dierenarts en een scopie nodig, geen groter hooinet en nog eens zes weken.
Een pagina die u alleen de comfortabele helft van de literatuur vertelt, verdient uw vertrouwen over de rest niet.
Het paard dat dik wordt van kijken: de cijfers om af te vallen
Voor obesitas en insulineontregeling adviseert de ECEIM-consensustekst over het equien metabool syndroom een rantsoen op basis van grassenhooi van meerdere soorten op 1,25–1,5 % van het werkelijke lichaamsgewicht aan droge stof, oftewel 1,4–1,7 % zoals verstrekt. Merk de botsing op met de Vlaamse ondergrens van 1 % ruwvoer: de afslankmarge begint net boven die ondergrens, en dat is precies het gebied waarin u niet improviseert. De tekst erkent zelf discussie over de optimale mate van beperking, «uit zorg over het niet halen van de minimale ruwvoerbehoefte».
Twee bevindingen uit dezelfde tekst, te kennen vóór u de routine vastlegt:
- Weken werkt, maar is niet nauwkeurig. Hooi 7 tot 16 uur weken op omgevingstemperatuur verlaagt de in water oplosbare koolhydraten met 24 tot 43 %, en gaat samen met meer dan het dubbele gewichtsverlies vergeleken met hetzelfde droge hooi. De marge is breed omdat hooi varieert — weken verlaagt de suiker, het standaardiseert ze niet.
- Minder uren weidegang beperkt de opname vaak niet. Het paard compenseert door sneller te eten: meer dan 0,9 % van het lichaamsgewicht aan droge stof is gemeten in slechts drie uur weidegang. Graasmaskers brengen de opname terug tot 77–83 % van die zonder masker, terwijl het paard blijft zoeken en bewegen.
Graanrijke voeders en snoepjes van fruit of groente vallen om dezelfde reden buiten deze rantsoenen: hun gehalte aan niet-structurele koolhydraten.
Conditiescore: het cijfer dat zegt of het gewerkt heeft
Alles hierboven is invoer — wat er in de emmer gaat, hoeveel en hoe vaak. De conditiescore is de uitvoer: een schatting met de handen van de vetbedekking op vaste punten, en het enige dat antwoord geeft op de vraag waarvoor het rantsoen gekozen is. Werkt het?
Ze bestaat omdat het oog niet betrouwbaar is, en niet vaag. De consensustekst over het metabool syndroom noteert dat meerdere studies een neiging hebben vastgesteld bij eigenaars van te dikke paarden om de conditie van hun dier te onderschatten, en zet daar een ongemakkelijke verklaring naast: paardenobesitas is inmiddels algemeen genoeg om «te leiden tot gewenning en aanvaarding van die toestand als schijnbaar normaal». De stal waar uw paard staat heeft uw oog geijkt, en niet noodzakelijk goed.
Twee schalen, en het cijfer zegt niets zonder te weten welke
- 1 tot 9 — Henneke e.a., 1983. 1 is uitgemergeld, 9 extreem vet. Het is de schaal van het meeste gepubliceerde onderzoek, de ECEIM-tekst inbegrepen, oorspronkelijk ontwikkeld op Quarter Horse-fokmerries.
- 0 tot 5 — Carroll en Huntington, 1988. 0 is uitgemergeld, 5 extreem vet; 2 en 3 beschrijven matige en goede conditie. Dit is de schaal die in het Verenigd Koninkrijk en een groot deel van Europa gangbaar is.
Een 3 is dus een mager paard op de ene schaal en een paard in goede conditie op de andere. Noteer 3/5 of 3/9, nooit 3: het is precies het detail dat één gesprek overleeft en bij het volgende weg is.
De hals wordt apart gescoord
Het vet op de halskam krijgt een eigen cijfer, omdat het het overige paard niet volgt en niet hetzelfde betekent. De halskamscore loopt van 0 (geen kam) tot 5 (een grote kam die naar één kant omvalt), en vanaf 3 spreekt men van een kam. Carter e.a., die de score beschreven, noemden hem «bruikbaar bij de beoordeling van vetzucht van de halskam» en met «fysiologische relevantie, aangetoond door de verbanden met bloedwaarden». De ECEIM-tekst rekent regionaal overtollig vet mee in de definitie van obesitas en meldt dat bij 33 % van de paarden in een onderzoek in het zuidwesten van Engeland.
Waar de score zwakker is dan ze klinkt
- Hij vlakt bovenaan af. Het verband tussen totaal lichaamsvet en score is niet meer lineair «boven 7/9»; daarboven meet de lichaamsmassa beter.
- Hij kan stilstaan terwijl het rantsoen werkt. De tekst meldt «wisselend gerapporteerde veranderingen» na 6 tot 12 weken energiebeperking. Een score die twee maanden niet bewoog is op zichzelf geen bewijs van mislukking.
- De eerste week is grotendeels geen vet — «door verminderde darmvulling» zodra de opname daalt.
- Hij kan na twaalf weken stokken, doordat de ruststofwisseling zich naar beneden aanpast. Een plateau is een reden om terug te gaan naar de dierenarts, niet om op eigen houtje verder te snijden.
Vandaar: beide cijfers, en geen van beide op het oog. Voor de massa noemt de tekst een weegbrug ideaal, met meetlinten en apps die buik-, borstomvang- en kruismaten combineren als bruikbare alternatieven; de score zegt waar die massa zit.
Schrijf het op, want u bent niet degene die voert
Alle cijfers hierboven sneuvelen op hetzelfde: het rantsoen dat in iemands hoofd zit. Wie op zaterdag het voer klaarmaakt is zelden wie het bepaald heeft, «een schep» die in maart is afgesproken is tegen augustus verschoven, en een wijziging die dinsdag om een goede reden werd doorgevoerd is onzichtbaar voor wie er woensdag staat.
Schrijf het rantsoen op waar iedereen die voert het kan lezen — wat, hoeveel, wanneer en welke dagen, want de brok die in het weekend wegvalt is precies het detail dat verdwijnt. Zet het zetmeelpercentage van elk product ernaast, zodat de grens per maaltijd te controleren valt in plaats van te schatten.
Eén plan dat iedereen die voert kan lezen
EquiDiary bewaart het voederplan bij het paard zelf: wat het krijgt, hoeveel, wanneer en welke dagen. Iedereen met wie het paard gedeeld is leest hetzelfde plan — in de voederkamer, offline, waar geen bereik is — en alleen de eigenaar kan het wijzigen. Wijzigt u het, dan biedt de app aan het in het dagboek te noteren, zodat wat het paard vorige maand kreeg een vraag met antwoord blijft. Even weg? Een deellink brengt het plan bij wie er voert, zonder account.
Bronnen
- Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, artikel 10 §1 (aangepaste voeding — zonder cijfer) en §4 (beschutting of schuilhok voor paardachtigen buiten); huidige tekst van kracht sinds 1 januari 2025
- Vlaamse overheid, Beleidsdomein Landbouw en Visserij — technische brochure Voeding van paarden (opname 1,5 tot 2,5 kg droge stof per 100 kg lichaamsgewicht; 4 à 5 liter water per kg droge stof) — voorlichting, geen norm
- Paardenpunt Vlaanderen — Ruwvoer, een essentieel onderdeel van het rantsoen (minimaal 1 % van het lichaamsgewicht aan droge stof ruwvoer) — sectorinformatie, geen norm
- Advies van de Waalse Raad voor het dierenwelzijn over de huisvesting van paardachtigen, 9 september 2021 — de bron van de zestien uur; Waals en adviserend, dus hier niet van toepassing
- Sykes e.a. — European College of Equine Internal Medicine Consensus Statement: Equine Gastric Ulcer Syndrome in Adult Horses, Journal of Veterinary Internal Medicine 29(5):1288 (zetmeel per maaltijd en per dag, ruwvoer, weidegang, stro)
- Durham e.a. — ECEIM consensus statement on equine metabolic syndrome, Journal of Veterinary Internal Medicine 33(2):335 (beperkte opname, hooi weken, graasmaskers, niet-structurele koolhydraten, grenzen van de conditiescore)
- Henneke e.a., Equine Veterinary Journal 15(4):371 (de schaal 1 tot 9)
- Carroll en Huntington, Equine Veterinary Journal 20(1):41 (de schaal 0 tot 5)
- Carter e.a., The Veterinary Journal 179(2):204 (de halskamscore)
- National Research Council — Nutrient Requirements of Horses, 6de herziene editie
Met DOI geciteerd en niet met een uitgeverslink, met opzet: beide consensusteksten zijn sinds publicatie van uitgever veranderd en de DOI's overleefden die verhuizing. Consensusteksten worden herzien; kijk of er een nieuwere editie is voor u erop steunt.
Ook beschikbaar in Français (Belgique, France, Suisse) · Nederlands (Nederland) · English (US, UK) · Deutsch (Deutschland, Österreich, Schweiz) · Español (España, México) · Italiano (Zwitserland, Italië) — dezelfde vraag, elf normatieve antwoorden, en België alleen al levert er twee die elkaar niet dekken.
Daarna: ontwormen van het paard in België — mestonderzoek, drempels en gericht ontwormen.