EquiDiary
Gids · Nederland

Ontwormen paard: mestonderzoek, EPG-drempels en resistentie

Door

Laatst gecontroleerd op 3 november 2026

Sinds ontwormingsmiddelen in Nederland alleen nog op recept te krijgen zijn, is de vraag verschoven van «welke tube haal ik?» naar «heeft dit paard het nodig?». Dat is geen administratieve hobbel — het is de hele reden dat de middelen die we hebben nog werken.

Dit vat gepubliceerde adviezen samen en vervangt geen dierenarts. Deze pagina gaat over Nederland. Sta je in België, lees dan de Belgische versie. Wat voor jouw paard geldt, hangt af van weidegang, leeftijd en de resistentie op jouw stal; je dierenarts stelt het schema vast.

Waarom de kalender is losgelaten

Elk paard om de zoveel weken een tube geven, met wisselende middelen, was decennialang de norm. Het probleem is wat dat opleverde: door iedereen te behandelen, of het nodig was of niet, stond er permanente selectiedruk op de wormpopulatie — en die heeft zich aangepast.

Sinds 1 juli 2008 zijn ontwormingsmiddelen voor paarden in Nederland niet langer vrij verkrijgbaar: ze gaan via de dierenarts, op recept. Dat dwong precies de omslag af die vakinhoudelijk toch al nodig was: eerst meten, dan behandelen wie het nodig heeft. Lage uitscheiders bewust onbehandeld laten is geen slordigheid — het houdt een deel van de wormen buiten het bereik van het middel, en dat is wat het middel werkzaam houdt voor de paarden die het wél nodig hebben.

Mestonderzoek: wat de EPG sorteert

Mestonderzoek telt het aantal strongylideneieren per gram mest — de EPG. Het is geen ziektediagnose: het sorteert paarden naar hoeveel zij de weide besmetten, en die verdeling is scheef. Een minderheid van de paarden produceert het grootste deel van de eieren.

UitslagEPG (strongylideneieren per gram)Wat het betekent
Lage uitscheideronder 200De meeste volwassen paarden. Ontwormen is op grond van de telling meestal niet nodig.
Tussengebied200 – 500Afweging per paard, samen met de dierenarts.
Hoge uitscheiderboven 500Behandelen: dit zijn de paarden die de weide besmetten.

Voor paarden ouder dan drie jaar wordt doorgaans twee tot drie keer per jaar bemonsterd — maart, juni en september zijn de gebruikelijke momenten. In de praktijk betekent een goed uitgevoerd schema dús meestal minder ontwormen dan de oude kalender, niet meer.

Controleer of het middel nog werkt

Resistentie is stalgebonden: of een middel bij jou nog doet wat het moet doen, weet je alleen door het te meten. Dat gaat met een controletelling twee weken na de behandeling. De EPG hoort dan met meer dan 90 tot 95 % gedaald te zijn — het liefst naar nul. Blijft de telling hoog, dan werkt dat middel op jouw stal niet meer, en dat is iets wat je liever weet vóórdat je erop vertrouwt.

Resistentie is ontstaan door jarenlang vaak en ongericht met dezelfde middelen te ontwormen, en door te laag te doseren. Er komen geen nieuwe groepen bij; wat er is, is wat er blijft.

Wat een telling van nul niet betekent. Mestonderzoek ziet volwassen wormen die eieren leggen. Het ziet niet de ingekapselde larven van kleine strongyliden in de darmwand. Een paard kan schoon testen en toch een flinke ingekapselde last dragen; komen die larven massaal vrij, dan ontstaat larvale cyathostominose — plotselinge waterige diarree, snel gewichtsverlies en koliek, met een sterfte die meestal rond de 50 % wordt genoemd. Het behandelen van de ingekapselde stadia is dus een aparte afweging, los van de EPG-uitslag: die maakt de dierenarts, vaak op advies van een gespecialiseerd laboratorium, op basis van leeftijd, voorgeschiedenis, seizoen en infectiedruk op stal. Ook voor lintworm is een losse telling onbetrouwbaar. Wel bruikbaar zijn speciale verrijkingsmethoden met mest van meerdere paarden van een stal, of een antistoffentest op speeksel of bloed. Met maar een paar paarden blijft ook dat onzeker, en is een preventieve lintwormbehandeling eens per jaar het gebruikelijke advies.

Veulens en jonge paarden gaan anders

Alles hierboven gaat over volwassen paarden. Veulens en jonge paarden worden niet alleen op basis van de telling behandeld, maar ook naar leeftijd en de situatie op stal: bij hen overheerst Parascaris (spoelworm) in plaats van kleine strongyliden, met een reëel risico op verstopping, en hun weerstand is nog niet opgebouwd. Mestonderzoek valt daarmee niet weg: het laat zien of er nog spoelwormen zijn en of een behandeling heeft gewerkt. Juist daar is resistentie van Parascaris tegen de macrocyclische lactonen wijdverbreid, dus de controletelling na behandeling loont er dubbel.

Waarom het plan verschuift

Een ontwormingsplan is lastiger vol te houden dan een entingsschema, want het is geen datum die zich herhaalt. Het is een telling per paard, een uitslag waar wel of geen behandeling uit volgt, een controletelling twee weken later en een aparte afweging over de ingekapselde larven — maal elk paard op stal.

Zo zakt een stal terug naar «in het najaar krijgt iedereen een tube»: niet omdat iemand dat besluit, maar omdat niemand meer kan reconstrueren wie wanneer bemonsterd is.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet je een paard ontwormen?

Er is geen vast interval meer. Bij selectief ontwormen bepaalt mestonderzoek wie behandeld wordt: onder 200 EPG is ontwormen op grond van de telling meestal niet nodig, boven 500 EPG wel, en daartussen is het een afweging met de dierenarts. Voor paarden ouder dan drie jaar wordt meestal twee tot drie keer per jaar bemonsterd — maart, juni en september. Veulens en jonge paarden worden niet alleen op basis van de telling behandeld, maar ook naar leeftijd en de situatie op stal.

Heb je in Nederland een recept nodig voor een wormmiddel?

Ja. Sinds 1 juli 2008 zijn ontwormingsmiddelen voor paarden niet meer vrij verkrijgbaar; ze lopen via de dierenarts, op recept. Dat is ook de reden dat mestonderzoek in Nederland de normale eerste stap is geworden: de dierenarts adviseert op basis van de uitslag welk middel nodig is, of dat behandelen achterwege kan blijven.

Ziet mestonderzoek alle wormen?

Nee. Gewoon mestonderzoek telt eieren van volwassen wormen, dus ingekapselde larven van kleine strongyliden in de darmwand blijven onzichtbaar; of die behandeld worden, beslist de dierenarts, vaak op advies van een gespecialiseerd laboratorium, op basis van leeftijd, voorgeschiedenis, seizoen en infectiedruk op stal. Voor lintworm is een losse telling onbetrouwbaar; wel bruikbaar zijn speciale verrijkingsmethoden met mest van meerdere paarden van een stal, of een antistoffentest op speeksel of bloed. Een uitslag van nul betekent daarom niet dat een paard wormvrij is.

Laat het logboek de tellingen bijhouden

EquiDiary bewaart per paard de EPG-uitslagen, de behandelingen en het gebruikte middel in één historie — met datum en charge — zodat de telling van vorig jaar er staat wanneer je hem wilt vergelijken. Eén keer noteren en het logboek onthoudt het; dierenarts, stal en ruiter zien dezelfde pagina.

3 maanden gratis starten

Bronnen

Adviezen worden periodiek herzien: stem het schema af met je dierenarts voordat je het toepast.

Zie ook: vaccinatie van paarden — KNHS-termijnen en de regels over de grens.

Ook beschikbaar in English (US, UK, Australia) · Español (España, México) · Português (Portugal, Brasil) · Nederlands (België) · Français (France, Belgique, Suisse) · Deutsch (Deutschland, Österreich, Schweiz) · Italiano (Italia, Svizzera)