Ontwormen paard in België: mestonderzoek, drempels en resistentie
Laatst gecontroleerd op 3 november 2026
Ontwormingsmiddelen voor paarden zijn in België via de dierenarts en op voorschrift te krijgen. Dat maakt de eerste vraag automatisch de goede vraag: niet welk middel, maar of dit paard behandeld hoeft te worden.
Dit vat gepubliceerde adviezen samen en vervangt geen dierenarts. Deze pagina gaat over België. Sta je in Nederland, lees dan de Nederlandse versie. Wat voor jouw paard geldt, hangt af van weidegang, leeftijd en de resistentie op jouw stal.
Waarom het vaste schema is losgelaten
Iedereen om de zoveel weken een tube geven, met wisselende producten, was jarenlang de gewoonte. Het gevolg staat vast: door vaak en ongericht met dezelfde middelen te ontwormen — en door te laag te doseren — is er resistentie in de wormpopulatie ontstaan. Nieuwe groepen ontwormingsmiddelen komen er niet bij.
Daarom is het advies omgedraaid naar selectief ontwormen: eerst mestonderzoek, daarna behandelen als de uitslag daar aanleiding toe geeft. Paarden met een lage uitscheiding bewust onbehandeld laten is geen nalatigheid; het houdt een deel van de wormen buiten het bereik van het middel, en juist dat houdt het middel werkzaam.
Mestonderzoek: wat de EPG sorteert
Mestonderzoek telt strongylideneieren per gram mest. Het stelt geen ziekte vast: het sorteert paarden naar hoeveel zij de weide besmetten — en die verdeling is scheef, want een minderheid van de paarden legt het grootste deel van de besmetting aan.
| Uitslag | EPG (strongylideneieren per gram) | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Lage uitscheider | onder 200 | De meeste volwassen paarden. Ontwormen is op grond van de telling meestal niet nodig. |
| Tussengebied | 200 – 500 | Afweging per paard, samen met de dierenarts. |
| Hoge uitscheider | boven 500 | Behandelen: dit zijn de paarden die de weide besmetten. |
Controleer of het middel nog werkt
Resistentie is stalgebonden: of een middel bij jou nog doet wat het moet doen, weet je alleen door het te meten. Dat gaat met een controletelling twee weken na de behandeling. De EPG hoort dan met meer dan 90 tot 95 % gedaald te zijn — het liefst naar nul. Blijft de telling hoog, dan werkt dat middel op jouw stal niet meer, en dat is iets wat je liever weet vóórdat je erop vertrouwt.
Resistentie is ontstaan door jarenlang vaak en ongericht met dezelfde middelen te ontwormen, en door te laag te doseren. Er komen geen nieuwe groepen bij; wat er is, is wat er blijft.
Wat een telling van nul niet betekent. Mestonderzoek ziet volwassen wormen die eieren leggen. Het ziet niet de ingekapselde larven van kleine strongyliden in de darmwand. Een paard kan schoon testen en toch een flinke ingekapselde last dragen; komen die larven massaal vrij, dan ontstaat larvale cyathostominose — plotselinge waterige diarree, snel gewichtsverlies en koliek, met een sterfte die meestal rond de 50 % wordt genoemd. Het behandelen van de ingekapselde stadia is dus een aparte afweging, los van de EPG-uitslag: die maakt de dierenarts, vaak op advies van een gespecialiseerd laboratorium, op basis van leeftijd, voorgeschiedenis, seizoen en infectiedruk op stal. Ook voor lintworm is een losse telling onbetrouwbaar. Wel bruikbaar zijn speciale verrijkingsmethoden met mest van meerdere paarden van een stal, of een antistoffentest op speeksel of bloed. Met maar een paar paarden blijft ook dat onzeker, en is een preventieve lintwormbehandeling eens per jaar het gebruikelijke advies.
Veulens en jonge paarden gaan anders
Het bovenstaande geldt voor volwassen paarden. Veulens en jonge paarden worden niet alleen op basis van de telling behandeld, maar ook naar leeftijd en de situatie op stal: bij hen overheerst Parascaris (spoelworm), met een reëel risico op verstopping, en hun weerstand moet zich nog opbouwen. Mestonderzoek valt daarmee niet weg: het laat zien of er nog spoelwormen zijn en of een behandeling heeft gewerkt. Laat daar zeker de controletelling doen: resistentie van Parascaris tegen de macrocyclische lactonen is wijdverbreid.
Waarom het plan verschuift
Een ontwormingsplan is lastiger vol te houden dan een entingsschema, want het is geen datum die zich herhaalt. Het is een telling per paard, een uitslag waar wel of geen behandeling uit volgt, een controletelling twee weken later en een aparte afweging over de ingekapselde larven — maal elk paard op stal.
Zo zakt een stal terug naar «in het najaar krijgt iedereen een tube»: niet omdat iemand dat besluit, maar omdat niemand meer kan reconstrueren wie wanneer bemonsterd is.
Veelgestelde vragen
Heb je in België een voorschrift nodig om te ontwormen?
Ja. Ontwormingsmiddelen voor paarden zijn in België via de dierenarts en op voorschrift verkrijgbaar. Dat maakt mestonderzoek de logische eerste stap: de dierenarts bepaalt op basis van de uitslag of behandelen nodig is en met welk middel.
Vanaf welke EPG-waarde moet je ontwormen?
Onder 200 eieren per gram is ontwormen op grond van de telling meestal niet nodig; boven 500 EPG wel, want dat zijn de paarden die de weide besmetten. Tussen 200 en 500 is het een afweging per paard, samen met de dierenarts. De telling meet besmetting van de weide, niet hoe ziek een paard is.
Hoe weet je of een ontwormingsmiddel nog werkt?
Door twee weken na de behandeling een controletelling te laten doen. De EPG hoort dan met meer dan 90 tot 95 procent gedaald te zijn, het liefst naar nul. Blijft de telling hoog, dan is er sprake van resistentie tegen dat middel op jouw stal — resistentie is stalgebonden, dus meten is de enige manier om het te weten.
Laat het logboek de tellingen bijhouden
EquiDiary bewaart per paard de EPG-uitslagen, de behandelingen en het gebruikte middel in één historie — met datum en charge — zodat de telling van vorig jaar er staat wanneer je hem wilt vergelijken. Eén keer noteren en het logboek onthoudt het; dierenarts, stal en ruiter zien dezelfde pagina.
3 maanden gratis startenBronnen
- Paardenpunt Vlaanderen — Vaccineren en ontwormen van paarden
- Mestonderzoek en ontwormen (voorschrift, controletelling na twee weken)
- AAEP — Internal Parasite Control Guidelines (uitscheiderscategorieën, de controletelling, lintworm, veulens en jonge paarden)
- Lightbody, Davis & Austin (2016) — Validation of a novel saliva-based ELISA test for diagnosing tapeworm burden in horses, Vet Clin Pathol 45:335–346
Adviezen worden periodiek herzien: stem het schema af met je dierenarts voordat je het toepast.
Zie ook: vaccinatie van paarden — de Belgische termijn van 6 maanden + 21 dagen.
Ook beschikbaar in English (US, UK, Australia) · Español (España, México) · Português (Portugal, Brasil) · Nederlands (Nederland) · Français (France, Belgique, Suisse) · Deutsch (Deutschland, Österreich, Schweiz) · Italiano (Italia, Svizzera)