Gebitsverzorging bij paarden: hoe vaak, waar je op let en wie het mag doen
Laatst gecontroleerd: 13 oktober 2026
„Eén keer per jaar” is het antwoord dat je zult horen, en voor de meeste volwassen paarden zeggen de veterinaire organisaties precies dat. Wat het weglaat: jonge en oude paarden hebben meer nodig, een gebitscontrole is meer dan raspen, een paard met een pijnlijke mond laat soms helemaal niets merken, en wie het werk mag doen, hangt af van waar je woont.
Deze pagina gaat over wanneer, waarop je let en wie, niet over behandelen. Hier staat niet hoe een gebit in balans hoort te zijn of welke tand wat nodig heeft. Dat is het werk van je dierenarts of een gekwalificeerde gebitsverzorger. Wat volgt is wat de gepubliceerde adviezen en de onderzoeken zeggen, met bronnen, en hoe je zou weten wanneer de laatste controle echt was.
Hoe vaak: wat de veterinaire organisaties zeggen
| Wie | Hoe vaak |
|---|---|
| AAEP (Amerikaanse dierenartsen) | minstens één keer per jaar een grondige controle voor volwassen paarden, twee keer per jaar voor paarden van twee tot vijf jaar; paarden ouder dan tien „hebben mogelijk vaker een bezoek nodig (elke 6 maanden)” |
| Australian Veterinary Association | minstens één keer per jaar door een dierenarts; jonge paarden (van geboorte tot zes jaar) en senioren (twintig jaar en ouder) hebben vaak meer nodig |
| British Horse Society | elke negen tot twaalf maanden |
| Merck Veterinary Manual | paarden die grazen meestal jaarlijks; paarden op stal hebben mogelijk twee keer per jaar zorg nodig |
De jaarlijkse controle is dus het minimum, niet de regel. Aan de twee uiteinden van een paardenleven schuift het: een jong paard is al zijn tanden aan het wisselen, en een oud paard heeft steeds minder tand over om af te slijten.
Het jonge paard: vierentwintig tanden wisselen voordat het vijf is
De melktanden van een veulen worden tussen ongeveer tweeënhalf en vijf jaar vervangen door blijvende tanden; daarom vraagt de AAEP in die jaren om twee controles per jaar. Het Merck Veterinary Manual geeft de gebruikelijke leeftijden, „met aanzienlijke variatie”:
| Blijvende tanden | Breken door rond |
|---|---|
| Snijtanden: tangen / middentanden / hoektanden | 2½ / 3½ / 4½ jaar |
| Premolaren: tweede / derde / vierde | 2½ / 3 / 4 jaar — elk in de plaats van een melktand, een „kap” |
| Molaren: eerste / tweede / derde | 9–12 maanden / 2 jaar / 4 jaar — zonder melktand ervoor |
| Haaktanden | 4–5 jaar |
| Wolfstanden | 5–6 maanden |
Het blijvende gebit is meestal compleet als het paard vijf is. Tot die tijd kunnen loszittende kappen de mond irriteren, en ongemak bij een jong paard kan eruitzien als een trainingsprobleem.
Wolfstanden zijn kleine, rudimentaire eerste premolaren die net voor de kiezen zitten, daar waar het bit ligt. Ze komen veel voor: in een onderzoek bij 306 eenjarige volbloeds had 72,9% er minstens één. Ze laten verwijderen is ook gebruikelijk — in een enquête onder 854 eigenaren in het Verenigd Koninkrijk en Ierland liet 44% ze routinematig weghalen — al zegt het Merck-handboek dat ze „al dan niet samenhangen met verzet tegen het bit”, en noemt de veterinaire literatuur verplaatste of vergrote wolfstanden, en wolfstanden in de onderkaak, als de duidelijkere redenen.
Het oudere paard: als het gebit eerder op is dan het paard
De kiezen van een paard slijten in de loop van zijn leven af, en een paard kan ze overleven. De AAEP-richtlijnen voor opvangcentra en rustplaatsen voor oude paarden waarschuwen dat versleten kauwvlakken of parodontale aandoeningen het vermogen verminderen om graan en ruwvoer te vermalen, en paarden „mogelijk vatbaarder maken” voor koliek of een slokdarmverstopping. Waar het kauwen moeilijk gaat, stellen ze gehakseld hooi, hooibrokken of ruwvoerpellets voor, geweekt om ze makkelijker te eten te maken en het risico op een slokdarmverstopping te verkleinen. Een tand die zijn tegenhanger kwijt is, heeft niets om tegenaan te slijten en wordt te lang; volgens het Merck-handboek moet dat elke zes tot twaalf maanden worden bijgewerkt.
De andere aandoening van de oude dag is EOTRH (equine odontoclastic tooth resorption and hypercementosis), een pijnlijke ziekte van de snijtanden en de haaktanden. In een röntgenonderzoek bij 142 paarden van tien jaar en ouder, met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar, vertoonde 94% veranderingen en 62% matige tot ernstige; geen enkel paard ouder dan veertien was er vrij van. Het is niet altijd een klinische ziekte — één kliniek vond het bij 10,1% van 838 gebitspatiënten — maar de signalen zijn het kennen waard: gewichtsverlies, harde snoepjes weigeren, hoofdschuwheid, het bit ontwijken, voer laten vallen en lusteloosheid.
Wat er misgaat, en hoe vaak
- Scherpe glazuurpunten en haken. De bovenkiezen staan breder dan de onderkiezen, dus waar ze niet op elkaar aansluiten, ontstaan scherpe randen. Bij 400 paardenhoofden die in een slachthuis in Queensland werden onderzocht, had 55,3% scherpe glazuurpunten en 43% haken. De punten aan de wangkant worden in verband gebracht met zweren en pijn; punten aan de tongkant veroorzaken maar zeer zelden zweren.
- Diastemen — openingen tussen de kiezen waarin voer blijft steken. Gemeld bij 8,7% van 932 paarden tot 49,9% van 471, afhankelijk van de populatie, en vaker naarmate paarden ouder worden. Waar ze voorkomen, raakt vrijwel elke opening vol voer en volgt vaak een parodontale aandoening: in het grotere onderzoek was de odds op parodontale aandoeningen bij paarden met diastemen ongeveer vier keer zo hoog.
- Koliek. Het verband met gebitsproblemen is minder duidelijk dan vaak wordt beweerd. In één onderzoek hadden paarden met een bekend gebitsprobleem een grotere kans dat de koliek terugkwam, en in een ander ging een obstructie van de dikke darm samen met minder gebitscontroles per jaar; maar in een derde hadden paarden met verstoppingskoliek geen slechter gebit dan andere paarden.
Signalen om op te letten
De lijst van de AAEP voor eigenaren:
- voer laten vallen, moeite met kauwen, of overmatig speekselen
- verlies van conditie
- grote of onverteerde deeltjes in de mest — lange stengels of hele graankorrels
- het hoofd scheef houden of ermee gooien, tegen het bit vechten
- problemen onder het zadel
- een vieze geur uit de mond of de neusgaten
- neusuitvloeiing, of een zwelling van het gezicht, de kaak of de mond
En de zin die het zwaarst weegt: sommige paarden „passen zich gewoon aan” en laten geen van deze signalen zien. Een paard dat normaal eet, is geen bewijs van een comfortabele mond, en precies daarom bestaat de routinecontrole.
Wat een goede gebitscontrole inhoudt
Even naar de voortanden kijken en langs de wangen voelen is geen gebitscontrole. Het Merck-handboek beschrijft er een bij een gesedeerd paard, met een felle hoofdlamp en een muilsperre die de mond openhoudt, en voegt eraan toe dat een tandspiegel of een endoscopische camera „de kwaliteit sterk verhoogt” — de achterste kiezen zitten ver weg in een donkere mond. Het zegt ook dat nauwkeurige verslaglegging „een vereiste is”, en de richtlijnen van de AAEP vragen om een gebitskaart voor elk paard, die bij de eigenaar blijft.
De gebitskaart gebruikt het gemodificeerde Triadan-systeem, dat elke tand een nummer geeft, zodat bevindingen van de ene controle met de volgende te vergelijken zijn:
- het eerste cijfer is het kwadrant van de mond: 1 rechtsboven, 2 linksboven, 3 linksonder, 4 rechtsonder — en 5 tot 8 voor de melktanden in dezelfde kwadranten
- de laatste twee cijfers tellen vanaf het midden naar achteren: 01–03 snijtanden, 04 haaktand, 05 wolfstand, 06–08 premolaren, 09–11 molaren
„106” is dus de eerste kies rechtsboven, en een notitie over een opening bij „309–310” gaat over de ruimte tussen de vierde en de vijfde kies linksonder. Bewaar de kaart: wie als volgende in de mond kijkt, heeft de vorige nodig.
Helpt routinematig raspen?
Raspen — Amerikanen zeggen „floating” — haalt de randen weg van tanden die ongelijk slijten, en een rand die in de wang snijdt, doet duidelijk pijn. Wat het doet voor het gewicht en de vertering van een gezond paard is onderzocht, en de uitkomsten zijn minder spectaculair dan wat er meestal wordt beweerd:
- In een gerandomiseerd onderzoek bij 56 drachtige merries, waarvan de helft werd geraspt en de helft niet, was er over 24 weken geen significant verschil in gewichtstoename, conditiescore, verteerbaarheid van het voer of deeltjesgrootte in de mest (Carmalt en collega's, 2004). Een tweede onderzoek bij 34 merries vond hetzelfde, en de auteurs concludeerden dat de aanname dat gebitsproblemen de vertering schaden „opnieuw moet worden bekeken”.
- Bij 16 dressuurpaarden die blind werden beoordeeld, leverde raspen „geen significante verbetering” van de prestaties op, en een onderzoek met een schijnbehandeling bij 38 hengsten vond geen verbetering in de rijdbaarheid.
- Enkele kleinere onderzoeken sindsdien vonden wel veranderingen: een betere verteerbaarheid van de energie bij 9 paarden, een betere vezelverteerbaarheid bij 12 pony's, kortere vezels in de mest bij 30 paarden — en geen verandering in de voedingsstoffen in het bloed bij 16 merries.
De eerlijke conclusie is dat de controle problemen vindt en de rasp randen corrigeert die pijn doen, en dat is reden genoeg. Routinematig raspen is geen bewezen manier om een gezond paard in conditie te brengen, en een paard dat afvalt, heeft een dierenarts nodig, niet alleen een rasp.
Wie mag aan het gebit van een paard werken?
Waar je ook woont: de kalmeringsmiddelen die een volledige controle vraagt — detomidine, xylazine en dergelijke — zijn alleen op voorschrift verkrijgbaar en lopen via de dierenarts. Voor de rest trekken Nederland en België de grens elk op hun eigen manier.
- Nederland. De Wet dieren omschrijft een diergeneeskundige handeling ruim (artikel 1.1): een behandeling die gericht is op het voorkomen, genezen of verlichten van gebreken of pijn, het voorschrijven of toepassen van „een verdoving of bedwelming”, en fysieke ingrepen waarbij levend weefsel wordt doorbroken. Artikel 2.9 verbiedt iedereen die daartoe niet is toegelaten, zulke handelingen beroepsmatig te verrichten; toegelaten zijn dierenartsen en geregistreerde paraveterinairen. Het Besluit diergeneeskundigen kent geen register en geen beschermde titel voor paardentandartsen; certificering door de NVvGP is particulier en vrijwillig. De NVWA zegt het zonder omwegen: „Alleen een dierenarts mag tanden en kiezen trekken bij een dier.” Een kalmeringsmiddel inspuiten is aan de dierenarts — een paraveterinair mag het alleen onder diens leiding en in diens directe aanwezigheid — en „Ook gebitsverzorgers en hoefsmeden mogen dit niet doen.” De Sectorraad Paarden leest het overzicht van de NVWA (oktober 2025) zo dat een gebitsverzorger mag raspen maar niet trekken; een wolfstand verwijderen geldt als trekken en is dus alleen voor de dierenarts. Ook detomidine als gel voor in de mond, Domosedan Gel, is een diergeneesmiddel op voorschrift dat alleen een dierenarts of apotheker mag afleveren (UDA). In april 2026 meldde De Hoefslag dat de opsporingsdienst van de NVWA een dierenarts en drie gebitsverzorgers had aangehouden, rond kalmeringsmiddelen die de dierenarts aan de gebitsverzorgers geleverd zou hebben; het onderzoek liep toen nog.
- België. De wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde rekent „chirurgische en tandheelkundige ingrepen bij dieren” tot de diergeneeskundige handelingen (artikel 3, § 1, 6°; in de Franse tekst „les interventions chirurgicales et dentaires sur les animaux”), en die zijn voorbehouden aan dierenartsen die bij de Orde zijn ingeschreven. Een erkend beroep van paardentandarts voor wie geen dierenarts is, bestaat in België niet. Dezelfde wet zondert wel routineverzorging uit, waaronder uitwendige ingrepen om ziekten te voorkomen (artikel 3, § 2, 2°), en dat laat een grijze zone. Volgens Paardenpunt Vlaanderen oordeelde het hof van beroep van Luik in 2008 dat het vijlen van gezonde tanden zonder medicatie routineverzorging is, terwijl elke verwijdering van een tand diergeneeskunde blijft. Kalmeringsmiddelen, pijnstillers en neuroleptica mag volgens artikel 12, § 2 alleen de dierenarts toedienen.
In de praktijk: wie er ook komt, vraag waarvoor hij of zij opgeleid en bevoegd is, en wie het paard sedeert als de controle dat vraagt.
Wat je bij elk bezoek opschrijft
| Wat noteren | Waarom het zijn plaats verdient |
|---|---|
| De datum | „ongeveer een jaar geleden” is hoe een jaarlijkse controle achttien maanden wordt |
| Wie het deed, en als wat | een dierenarts, of een gebitsverzorger en diens kwalificatie — dat bepaalt wat er gedaan kan zijn |
| Sedatie, en wie die gaf | een controle zonder sedatie en muilsperre is een andere, beperktere controle |
| Wat er is gedaan | punten geraspt, kappen verwijderd, een wolfstand eruit, een tand getrokken — met de tandnummers |
| De gebitskaart | een foto of de pdf ervan, zodat de volgende controle met deze te vergelijken is |
| Wanneer terug | twaalf maanden, of zes bij een jong, oud of probleemgebit — het advies dat voor dit paard is gegeven |
Bewaar de gebitskaart bij het paard
In EquiDiary is een gebitsbezoek een notitie onder Medisch, met een eigen type, Gebit / tanden, met de datum en wie het deed, en de gebitskaart als foto of pdf erbij, zodat de volgende controle met deze te vergelijken is. Zet Gebit / tanden in het zorgschema op een ritme (elke twaalf maanden, of zes voor een jong of ouder paard) en de volgende controle telt vanaf het laatst vastgelegde bezoek, met een mail in de ochtend als hij aan de beurt is. Je kunt je dierenarts of gebitsverzorger ook uitnodigen voor het paard, met toegang tot alleen de gebitsnotities.
3 maanden gratis startenVerwante gidsen
- Paardenvoeding in Nederland — ruwvoer, zetmeel en conditiescore: de cijfers die het kennen waard zijn
- Gewichtscalculator voor je paard — gewichtsverlies is een van de signalen; een meetlint ziet het eerder dan het oog
- Hoe vaak moet de hoefsmid komen? — hetzelfde probleem bij de andere vaste bezoeker: het interval dat je echt aanhoudt
Bronnen
- AAEP — Learn to recognize your horse's dental problems (controle-intervallen per leeftijd, signalen, paarden die zich aanpassen)
- AAEP — Introduction to equine dentistry (paarden ouder dan tien)
- AAEP — Care guidelines for equine rescue and retirement facilities (jaarlijkse controles, versleten tanden, voeren als het kauwen moeilijk gaat)
- AAEP — Position on equine dentistry (herzien in 2025: sedatie, technici onder toezicht)
- Australian Veterinary Association — A healthy set makes for a happy horse (2017) en haar standpunt over gebitsverzorging bij paarden
- The British Horse Society — Dental checks
- Merck Veterinary Manual — Overview of general dentistry in horses (de controle, verslaglegging, te lange tanden) en Estimation of age by examination of the teeth (doorbraakleeftijden, Triadan-nummering)
- Wolfstanden: Tanner en collega's, Journal of Veterinary Dentistry 2019 (306 eenjarige volbloeds); enquête onder eigenaren, 2004 (854 eigenaren); Dixon en Dacre, The Veterinary Journal 2005
- EOTRH: Equine Veterinary Journal 2018 (142 paarden van tien jaar en ouder); 838 gebitspatiënten, 2023; UC Davis Center for Equine Health — The Horse Report, Fall 2023 (signalen)
- Hoe vaak het voorkomt: Australian Veterinary Journal 2015 (400 hoofden, Queensland); abstract van het BEVA-congres, Equine Veterinary Journal 47 (Suppl. 48):10, 2015 (punten aan wang- en tongkant, en zweren); Walker en collega's, Veterinary Record 2012 (diastemen bij 471 paarden); Nuttall en collega's, 2019 (932 paarden)
- Koliek: terugkerende koliek en gebitsproblemen, 2011; obstructie van de dikke darm en gebitscontroles, 2002; verstoppingskoliek en gebitsbevindingen, 2014
- Onderzoeken naar raspen: Carmalt JL, Townsend HG, Janzen ED, Cymbaluk NE — Effect of dental floating on weight gain, body condition score, feed digestibility, and fecal particle size in pregnant mares. JAVMA 225(12):1889–1893, 2004; Carmalt en Allen, JAVMA 2006; Carmalt, Journal of Veterinary Dentistry 2006 (dressuurpaarden); Veterinary Quarterly 2017 (38 hengsten); later: 2013, 2018, 2023, 2024
- Nederlandse regels: Wet dieren (artikelen 1.1 en 2.9); Besluit diergeneeskundigen; NVvGP; NVWA — Welke behandelingen mag ik uitvoeren?; Sectorraad Paarden over het overzicht van bevoegdheden van de NVWA (oktober 2025); De Hoefslag, april 2026 (aanhouding van een dierenarts en drie gebitsverzorgers); Domosedan Gel — samenvatting van de productkenmerken (Geneesmiddeleninformatiebank)
- Belgische regels: Wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde (artikelen 3 en 12; Franse tekst); Paardenpunt Vlaanderen — veelgestelde vraag over paardentandartsen (diploma, dierenarts en de uitspraak van Luik uit 2008)
De klinische bronnen zijn Engelstalig. Adviezen en wetten veranderen; de regels over wie wat mag, zijn gecontroleerd op de datum hierboven. Stem het interval van je paard af met je dierenarts.
Ook beschikbaar in English · Español · Português · Français · Deutsch · Italiano
Verder: wat leg je vast over je paard — de vijf categorieën die hun plaats verdienen, en wat je kunt weglaten.